Het is kwart voor acht in de ochtend en ik doe mijn dagelijkse ochtendgymnastiek; gas geven en remmen richting Abu Dhabi. Een hand aan het stuur en een sigaretje in de andere. Nooit meer dan drie enkele reis. Na een kilometer of dertig passeren we de herdenkingszuil van wijlen Sheikh Zayed. "Salam Aleikum", wens ik hem toe, en hoop op een veilige aankom (da's Vlaams).
Tien kilometer verderop, na de afrit Saih as Sheib neem ik de afrit naar het tankstation voor mijn dagelijkse capuccino. En ja hoor, voor de derde keer in vier weken ligt er naast de afrit een auto op z'n dak. Toegeven, de afrit is kort en maakt een scherpe bocht naar rechts waarvoor je flink snelheid moet minderen wil je de bocht comfortabel nemen. Maar om nou uit de bocht te vliegen is ook weer zo wat. Waar de weg ophoudt begint een taludje van zand dat naar beneden loopt en kennelijk is dat genoeg om auto's om te doen rollen. Niet van het lachen vrees ik. Het regent hier nooit, mistig is het alleen in de winter en 's ochtends heel vroeg en zoveel zand vliegt er nu ook weer niet rond. Tja, het zijn wel iedere keer van die types met snor uit India of Sri Lanka die ernaast staan te kijken met zo'n blik van; "wat ging hier mis?". En dat is dan weer leuk aan het Midden Oosten; discriminatie mag gewoon. Indiers rijden slecht auto, Egyptenaren kletsen veel maar presteren weinig, Libanezen zijn de bluffers en praatjesmakers van de regio, Duitsers hebben geen humor (maar dat is volgens mij wetenschappelijk bewezen), Aussies zijn laidback en noemen iedereen "mate" en Italianen? Tja, ik zeg Berlusconi en daarmee is alles gezegd.
Weg met het politiek correcte gedoe. Tijdens een interview vragen we gewoon; "werkt je vrouw, hoe ga je dat dan regelen met schoolgaande kinderen, en tegen vrouwelijke sollicitanten; heb je nog een kinderwens?". Hup, gewoon vragen en alle kaarten op tafel. Sorry, we zoeken naar een West-Europese grafisch ontwerper, want we hebben al genoeg Aziaten in het team. Duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn kernwaarden in deze maatschappij. En ik trek heus niet altijd aan het langste eind. Als ik sta te wachten bij de douane en er komen een paar Emirati aanlopen, hoe lang of kort de rij ook is, maar zij gaan eerst en ik pas daarna. Ook diverse beroepen zijn voorbehouden aan bepaalde groepen; het gros van de taxichauffeurs zijn Pakistani, hotel en horeca-personeel komt veelal uit de Filippijnen, boekhouders en IT medewerkers uit India en housemaids meestal uit Sri Lanka of Ethiopie.
Gewapend met de koffie ("medium capuccino, extra strong, one sugar") mijmer ik nog even na over het eerdere ongeluk bij de afrit. Nou ja, die pechvogel heeft in ieder geval geen file veroorzaakt met z'n suffe ongeluk. Ik schrik op door aanhoudend geflits in mijn achteruitkijkspiegel door een auto die met hoge snelheid achterop komt."Klote-local", denk ik, en schuif mokkend een baan op. Da's trouwens ook waar; het zijn meestal de Emirati die in het verkeer weinig geduld hebben en menen dat iedereen maar moet ophoepelen. Met hun donkergetinte ramen kun je niet eens opmaken wie er achter het stuur zit. Nog even en ik werd door een vrouw aan de kant geseind...het moet nondeju toch niet veel erger worden.
maandag 9 april 2012
zaterdag 7 april 2012
Stopknop
God, ik wou dat ik een stopknop had. Zoals normale mensen kennelijk bezitten. Maar helaas, bij de configuratie van mijn brein is er destijds gekozen voor de instap-versie en dus is 'ie niet meegeleverd. Van de week was ik in Bangkok om de regionale sales-meeting bij te wonen. Ik was er om een presentatie te geven over de stand van zaken in HR en ook om samen met de regiomanager een slecht-nieuws gesprek te voeren met een medewerker. 's Nachts vloog ik erheen, om aansluitend naar het hotel af te reizen om te douchen en om te kleden en daarna meteen door naar het kantoor. Misschien vier uurtjes geslapen, maar hee, we zijn geen watjes in de luchtvaartindustrie.
De vergadering is goed. De regio loopt van Rusland & Belarus tot en met Sri Lanka, China en Japan, dus veel verschillende nationaliteiten aanwezig en veel verschillende culturen. Naast mijzelf waren er nog een aantal vertegenwoordigers van het hoofdkantoor om hun verhaal te houden, in totaal waren we met een groep van een man (& vrouw) of vijfentwintig. Voor de lunch was er keuze uit noodles, rijst met groene kip-curry en andere Thaise heerlijkheden. Alleen al daarom is het reizen een leuke bijkomstigheid naast het werk.
Ons kantoor is in de Tonson Tower gevestigd, in het centrum van Bangkok. Het hotel zit een minuut of tien lopen verderop. In het midden van de weg, ze rijden hier overigens aan de verkeerde kant, ligt een verhoogde trijnbaan. Daaronder hangt een loopbrug waarmee je of de drukke weg over kunt steken via trappen, of de trein kunt betreden. Aan weerszijden van de weg, langs het trottoir, vindt een levendige handel plaats in winkeltjes bestaande uit een paar kratten die op z'n kop zijn gezet. Of de koopwaar is gewoon uitgestald op de treden van de trap naar een kantoorgebouw. Sokken, kussenhoezen, eetwaren en bloemen is wat ik me zo even herinner. Tuktuks en taxi-brommers wachten langs de kant op klandizie. Het is een graad of vierendertig en vochtig warm. Zweetweer. Na tien minuten lopen in pak met stropdas is de airco in het kantoor buitengewoon aangenaam. Overal word je begroet met de "wai", de thaise hoffelijke manier van begroeten met de handpalmen en vingers tegen elkaar waarbij de vingertoppen naar de neus worden gebracht. Thailand is een schitterend land en Bangkok een wereldstad.
's Avonds gaan we met z'n allen een hapje eten in het naastgelegen hotel bij een informele pizzeria. Na het eten gaat de meerderheid terug naar het hotel, morgen weer een lange dag voor de boeg. Slim. Samen met nog een stuk of vier collega's ga ik nog een biertje drinken in de aangrenzende bar. Er speelt een live-bandje en die spelen hardstikke leuk. Twee zangereseen in de categorie "mogen-er-wezen" en een up to date repertoire dat de pan uit swingt. Zo wordt het nog reuze gezellig ook. En daar gaat het fout. Ik kan nou eenmaal niet slechts 1 biertje drinken en dan afnokken. Daar is nu precies die stopknop voor nodig. En die heb ik niet. Nooit gehad. Een biertje drinken mondt altijd uit in de bar pas verlaten wanneer het sluitingstijd is. Tja, iemand moet toch het licht uitdoen? En dat zijn de laatst overgebleven collega en ik. Overigens niet nadat we flink gebakkeleid hebben over de rekening, want zoveel baht hebben we toch niet stukgeslagen? Al zou ik werkelijk niet meer weten wat wel het juiste bedrag is. Maar gelukkig is de eigenaar een redelijke vent en we treffen een minnelijke schikking ergens halverwege zijn en onze perceptie van de werkelijke schade.
De volgende ochtend heb ik om half negen samen met de regio-manager het slecht-nieuws gesprek. Het is ook echt een klotegesprek, al was het maar door dat vervelende kereltje dat de hele tijd achter me met een hamer op mijn kop staat te slaan. Mijn god, het zweet staat op mijn voorhoofd en alleen al de gedachte aan koffie of eten maakt dat mijn maag een hinkstapsprong maakt. Maar goed; 's avonds een vent, 's ochtends een vent. Oef. De ervaring heeft geleerd dat het uiteindelijk gedurende de dag langzaamaan steeds iets beter gaat. En dat houdt me op de been. Ook mijn lotgenoot oogt wat onfris en dat terwijl hij pas om elf uur het kantoor komt binnenstrompelen. Tja, als je geen stopknop hebt, moet je in ieder geval slimmer leren plannen. Laat ik me dat dan de volgende keer maar voornemen. Terug vlieg ik tot mijn grote teleurstelling ook nog economy, want het toestel is overboekt. Ach, als het moest zou ik zelfs staande kunnen slapen, daar is dit keer geen stopknop voor nodig...
De vergadering is goed. De regio loopt van Rusland & Belarus tot en met Sri Lanka, China en Japan, dus veel verschillende nationaliteiten aanwezig en veel verschillende culturen. Naast mijzelf waren er nog een aantal vertegenwoordigers van het hoofdkantoor om hun verhaal te houden, in totaal waren we met een groep van een man (& vrouw) of vijfentwintig. Voor de lunch was er keuze uit noodles, rijst met groene kip-curry en andere Thaise heerlijkheden. Alleen al daarom is het reizen een leuke bijkomstigheid naast het werk.
Ons kantoor is in de Tonson Tower gevestigd, in het centrum van Bangkok. Het hotel zit een minuut of tien lopen verderop. In het midden van de weg, ze rijden hier overigens aan de verkeerde kant, ligt een verhoogde trijnbaan. Daaronder hangt een loopbrug waarmee je of de drukke weg over kunt steken via trappen, of de trein kunt betreden. Aan weerszijden van de weg, langs het trottoir, vindt een levendige handel plaats in winkeltjes bestaande uit een paar kratten die op z'n kop zijn gezet. Of de koopwaar is gewoon uitgestald op de treden van de trap naar een kantoorgebouw. Sokken, kussenhoezen, eetwaren en bloemen is wat ik me zo even herinner. Tuktuks en taxi-brommers wachten langs de kant op klandizie. Het is een graad of vierendertig en vochtig warm. Zweetweer. Na tien minuten lopen in pak met stropdas is de airco in het kantoor buitengewoon aangenaam. Overal word je begroet met de "wai", de thaise hoffelijke manier van begroeten met de handpalmen en vingers tegen elkaar waarbij de vingertoppen naar de neus worden gebracht. Thailand is een schitterend land en Bangkok een wereldstad.
's Avonds gaan we met z'n allen een hapje eten in het naastgelegen hotel bij een informele pizzeria. Na het eten gaat de meerderheid terug naar het hotel, morgen weer een lange dag voor de boeg. Slim. Samen met nog een stuk of vier collega's ga ik nog een biertje drinken in de aangrenzende bar. Er speelt een live-bandje en die spelen hardstikke leuk. Twee zangereseen in de categorie "mogen-er-wezen" en een up to date repertoire dat de pan uit swingt. Zo wordt het nog reuze gezellig ook. En daar gaat het fout. Ik kan nou eenmaal niet slechts 1 biertje drinken en dan afnokken. Daar is nu precies die stopknop voor nodig. En die heb ik niet. Nooit gehad. Een biertje drinken mondt altijd uit in de bar pas verlaten wanneer het sluitingstijd is. Tja, iemand moet toch het licht uitdoen? En dat zijn de laatst overgebleven collega en ik. Overigens niet nadat we flink gebakkeleid hebben over de rekening, want zoveel baht hebben we toch niet stukgeslagen? Al zou ik werkelijk niet meer weten wat wel het juiste bedrag is. Maar gelukkig is de eigenaar een redelijke vent en we treffen een minnelijke schikking ergens halverwege zijn en onze perceptie van de werkelijke schade.
De volgende ochtend heb ik om half negen samen met de regio-manager het slecht-nieuws gesprek. Het is ook echt een klotegesprek, al was het maar door dat vervelende kereltje dat de hele tijd achter me met een hamer op mijn kop staat te slaan. Mijn god, het zweet staat op mijn voorhoofd en alleen al de gedachte aan koffie of eten maakt dat mijn maag een hinkstapsprong maakt. Maar goed; 's avonds een vent, 's ochtends een vent. Oef. De ervaring heeft geleerd dat het uiteindelijk gedurende de dag langzaamaan steeds iets beter gaat. En dat houdt me op de been. Ook mijn lotgenoot oogt wat onfris en dat terwijl hij pas om elf uur het kantoor komt binnenstrompelen. Tja, als je geen stopknop hebt, moet je in ieder geval slimmer leren plannen. Laat ik me dat dan de volgende keer maar voornemen. Terug vlieg ik tot mijn grote teleurstelling ook nog economy, want het toestel is overboekt. Ach, als het moest zou ik zelfs staande kunnen slapen, daar is dit keer geen stopknop voor nodig...
zaterdag 24 maart 2012
Bioscoopje
Vanmiddag zijn we naar de bioscoop geweest. Ter ere van Tim's dertiende verjaardag. Nou ja, 't is een voorschot op zijn echte feestje en bovendien is hij eigenlijk pas morgen jarig, maar ja, dat echte feestje duurt nog twee weken en morgen moet iedereen weer werken en naar school. Logisch toch, tot zover?
Tim heeft de film zelf uitgezocht "The Hunger Games", gisteren in premiere gegaan. En ter ere van de feestelijke gelegenheid gaan we naar Vox Gold in de Mall of the Emirates. Niet zomaar een gewoon zaaltje, maar een zaal met luxe, buitengewoon ruime stoelen die met een hendel aan de zijkant ook nog in een nog comfortabeler ligstand kunnen worden gezet. Desgewenst krijg je dan ook nog een dekentje om de beentjes warm te houden. Ik mis alleen nog de veiligheidsdemonstratie met een verwijzing naar de nooduitgangen en zuurstofmaskers. Of krijg ik nu last van een lichte vorm van beroepsdeformatie? Anyway, tijdens de film kun je naast popcorn ook heuse maaltijden bestellen die worden uitgeserveerd op het tafeltje dat tussen de stoelen staat. En zo slaan we twee vliegen in een klap; de film om half zes en we kunnen meteen de avondmaaltijd op een gemakkelijke manier nuttigen. Want, morgen weer school zoals gezegd.
Online kaartjes besteld en per creitcard betaald. In de mall kun je vervolgens de kaartjes uit een automaat trekken en je naar de zaal begeven. Daar worden we uitgenodigd om nog even in de lounge plaast te nemen. Intussen kun je het menu bekijken en je bestelling doen. In de zaal zijn ongeveer tien rijen met acht stoelen per rij over een afstand van een meter of tien, schat ik. Het is nog behoorlijk vol, valt me op. Serveersters en serveerders(?) lopen al af en aan met koffie, cola en warme gerechten.
De film is behoorlijk intens. Ik had van tevoren niet gekeken waar 'ie over ging, maar hij lijkt me minder geschikt voor Eva en Jasper. Een serveerste vraagt ooknog bezorgd of Eva "niet gaat huilen straks", want eigenlijk is Vox Gold alleen voor dertien jaar en ouder. Maar ja, we zijn hier in het Midden Oosten dus regels zijn flexibel. Zolang er niemand moppoert of klaagt kraait er geen haan. Die zou je trouwens met het surround geluid ook absoluut niet horen. Nou ja, vorige week zijn we nog naar Dr. Seus geweest, dus een beetje contrast is ook wel weer aardig. En contrast geeft het. Ik spring zelf minstens vier keer uit m'n stoel bij een heftige scene-wisseling, maar Eva en Jasper geven geen krimp. Misschien zijn het de frietjes die voor voldoende afleiding geven.
Al met al is de Gold ervaring buitengewoon aangenaam en voor herhaling vatbaar. Misschien volgende keer toch weer een familie- of jeudgfilm? Oordeel zelf...
http://www.youtube.com/watch?v=LpWHkiq744k&feature=player_embedded
Tim heeft de film zelf uitgezocht "The Hunger Games", gisteren in premiere gegaan. En ter ere van de feestelijke gelegenheid gaan we naar Vox Gold in de Mall of the Emirates. Niet zomaar een gewoon zaaltje, maar een zaal met luxe, buitengewoon ruime stoelen die met een hendel aan de zijkant ook nog in een nog comfortabeler ligstand kunnen worden gezet. Desgewenst krijg je dan ook nog een dekentje om de beentjes warm te houden. Ik mis alleen nog de veiligheidsdemonstratie met een verwijzing naar de nooduitgangen en zuurstofmaskers. Of krijg ik nu last van een lichte vorm van beroepsdeformatie? Anyway, tijdens de film kun je naast popcorn ook heuse maaltijden bestellen die worden uitgeserveerd op het tafeltje dat tussen de stoelen staat. En zo slaan we twee vliegen in een klap; de film om half zes en we kunnen meteen de avondmaaltijd op een gemakkelijke manier nuttigen. Want, morgen weer school zoals gezegd.
Online kaartjes besteld en per creitcard betaald. In de mall kun je vervolgens de kaartjes uit een automaat trekken en je naar de zaal begeven. Daar worden we uitgenodigd om nog even in de lounge plaast te nemen. Intussen kun je het menu bekijken en je bestelling doen. In de zaal zijn ongeveer tien rijen met acht stoelen per rij over een afstand van een meter of tien, schat ik. Het is nog behoorlijk vol, valt me op. Serveersters en serveerders(?) lopen al af en aan met koffie, cola en warme gerechten.
De film is behoorlijk intens. Ik had van tevoren niet gekeken waar 'ie over ging, maar hij lijkt me minder geschikt voor Eva en Jasper. Een serveerste vraagt ooknog bezorgd of Eva "niet gaat huilen straks", want eigenlijk is Vox Gold alleen voor dertien jaar en ouder. Maar ja, we zijn hier in het Midden Oosten dus regels zijn flexibel. Zolang er niemand moppoert of klaagt kraait er geen haan. Die zou je trouwens met het surround geluid ook absoluut niet horen. Nou ja, vorige week zijn we nog naar Dr. Seus geweest, dus een beetje contrast is ook wel weer aardig. En contrast geeft het. Ik spring zelf minstens vier keer uit m'n stoel bij een heftige scene-wisseling, maar Eva en Jasper geven geen krimp. Misschien zijn het de frietjes die voor voldoende afleiding geven.
Al met al is de Gold ervaring buitengewoon aangenaam en voor herhaling vatbaar. Misschien volgende keer toch weer een familie- of jeudgfilm? Oordeel zelf...
http://www.youtube.com/watch?v=LpWHkiq744k&feature=player_embedded
Japan
Ik heb de reis naar India nog maar net verwerkt of ik ben alweer op weg, naar Japan dit keer. We zijn op zoek naar een nieuwe country manager, een strategische functie, dus dat vraagt om een strategische aanpak. En die moet ik dan samen met de regio manager vorm zien te geven. Of althans proberen. De regio manager is eveneens Nederlander en we kunnen het samen goed vinden, zo bleek uit eerdere samenwerking. Per EY nachtvlucht vlieg ik, comfortabel slapend op een van onze flatbeds in business class, in tien uur van Abu Dhabu naar het Nerita vliegveld nabij Tokyo. Daar word ik opgewacht bij de gate door een medewerker die me vlot langs de autoriteiten loodst en me nog net op tijd aflevert bij het busstation. Ik moet wel zelf in de rij staan bij immigratie en de douane, dat dan nog wel.
Het vliegveld ligt ruim een uur rijden van Tokyo centrum waar ons kantoor en het hotel zijn en taxi’s in Japan zijn kostbaar, dus is de bus een goed en betaalbaar alternatief. Het is net een binnenlandse vlucht die bus, met een check-in voor je baggage en medewerkers die je in de juiste rij dirigeren en de bussen komen en gaan met vijf minuten tussenpauze. Het is maar goed dat ik werd opgevangen want ondanks dat alles buitengewoon efficient geregeld is, zijn de meeste bordjes in het Japans en is het dus even zoeken. Het vertrek van de bus wordt zelfs omgeroepen via een microfoon en dat terwijl we met z’n zessen niet veel verder dan vier meter van de bus staan. Maar protocol is protocol en dat wordt nauwgezet afgewerkt, overal en altijd.
Alles in Japan oogt efficient; iedere vierkante meter is benut, het is er netjes en de bevolking is uiterst gezagsgetrouw, gedisciplineerd en buitengewoon service-georienteerd. Alleen versta je er geen klap van als ze wat zeggen, zelfs als dat in het Engels gebeurt. Maar goed, de basisgrondhouding is goed. Tokyo is een mega-stad met veel hoogbouw, veel snelwegen en veel beton en asfalt. Bomen en struikjes staan opgesteld in nette parkjes en tuintjes, maar kunnen niet voorkomen dat het steen overheerst.
De interviews vinden plaats op de 35e verdieping van het ANA Intercontinental Hotel, in het business center. De kandidaten zijn nerveus e moeten op hun gemak worden gesteld. Solliciteren doen Japanners gemiddeld maar een of twee keer in hun loopbaan; ze zijn uiterst loyaal aan het bedrijf en werken veelal twintig jaar of meer bij hetzelfde bedrijf. Dus we moeten een beetje in de sales-modus om die flitsende luchtvaartmaatschappij uit het Midden-Oosten aan de man te brengen. Dat lukt best aardig, al zeg ik het zelf. Stom genoeg ben ik overhaast uit Abu Dhabi vertrokken en ben vergeten om visitekaartje meet te nemen. En die maken deel uit van, alweer een belangrijk ritueel, de begroeting. Maar ja, het is niet anders en met een grapje werkt het ook een beetje als ijsbreker. Vergeet niet het kaartje met beide handen aan te reiken of te ontvangen, als ware het een kostbaar geschenk. Bij het afscheid hoort een beleefde buiging. Kandidaat nummer drie buigt zo hefitg en vaak dat ik bang ben dat hij wellicht in tweeen zal breken, maar dat gebeurt gelukkig niet.
Overal in het hotel, bij liften en deuren, zitten metalen plaatjes op de muur. Het is hier zo droog fat je constant last hebt van statische electriticiteit. In plaats van iedere keer een schok te krijgen als je een metalen object aanraakt, is het de bedoeling om met je vinger het plaatje aan te tikken en vervolgens kun je zonder schokken de deur openen of de lift oproepen. Een soort mini gemak bij een ongemak. Over gemak gesproken; alle toiletten hebben een ingebouwde douche met bedieningsconsole aan de muur waarmee je het soort straal, de sterkte en temperatuur kunt regelen. Het toppunt vond ik toch wel de rookruimte bij het vliegveld. Niet binnen, maar buiten. Dus, je staat buiten en moet dan een glazen ruimte in om binnen te roken, want buiten roken mag niet…;o)
Enfin, Japan is zeker de moeite van een bezoek waard. Volgende keer misschien leuk om iets meer dan vierentwintig uur op de grond te hebben. Konichiwa!
Het vliegveld ligt ruim een uur rijden van Tokyo centrum waar ons kantoor en het hotel zijn en taxi’s in Japan zijn kostbaar, dus is de bus een goed en betaalbaar alternatief. Het is net een binnenlandse vlucht die bus, met een check-in voor je baggage en medewerkers die je in de juiste rij dirigeren en de bussen komen en gaan met vijf minuten tussenpauze. Het is maar goed dat ik werd opgevangen want ondanks dat alles buitengewoon efficient geregeld is, zijn de meeste bordjes in het Japans en is het dus even zoeken. Het vertrek van de bus wordt zelfs omgeroepen via een microfoon en dat terwijl we met z’n zessen niet veel verder dan vier meter van de bus staan. Maar protocol is protocol en dat wordt nauwgezet afgewerkt, overal en altijd.
Alles in Japan oogt efficient; iedere vierkante meter is benut, het is er netjes en de bevolking is uiterst gezagsgetrouw, gedisciplineerd en buitengewoon service-georienteerd. Alleen versta je er geen klap van als ze wat zeggen, zelfs als dat in het Engels gebeurt. Maar goed, de basisgrondhouding is goed. Tokyo is een mega-stad met veel hoogbouw, veel snelwegen en veel beton en asfalt. Bomen en struikjes staan opgesteld in nette parkjes en tuintjes, maar kunnen niet voorkomen dat het steen overheerst.
De interviews vinden plaats op de 35e verdieping van het ANA Intercontinental Hotel, in het business center. De kandidaten zijn nerveus e moeten op hun gemak worden gesteld. Solliciteren doen Japanners gemiddeld maar een of twee keer in hun loopbaan; ze zijn uiterst loyaal aan het bedrijf en werken veelal twintig jaar of meer bij hetzelfde bedrijf. Dus we moeten een beetje in de sales-modus om die flitsende luchtvaartmaatschappij uit het Midden-Oosten aan de man te brengen. Dat lukt best aardig, al zeg ik het zelf. Stom genoeg ben ik overhaast uit Abu Dhabi vertrokken en ben vergeten om visitekaartje meet te nemen. En die maken deel uit van, alweer een belangrijk ritueel, de begroeting. Maar ja, het is niet anders en met een grapje werkt het ook een beetje als ijsbreker. Vergeet niet het kaartje met beide handen aan te reiken of te ontvangen, als ware het een kostbaar geschenk. Bij het afscheid hoort een beleefde buiging. Kandidaat nummer drie buigt zo hefitg en vaak dat ik bang ben dat hij wellicht in tweeen zal breken, maar dat gebeurt gelukkig niet.
Overal in het hotel, bij liften en deuren, zitten metalen plaatjes op de muur. Het is hier zo droog fat je constant last hebt van statische electriticiteit. In plaats van iedere keer een schok te krijgen als je een metalen object aanraakt, is het de bedoeling om met je vinger het plaatje aan te tikken en vervolgens kun je zonder schokken de deur openen of de lift oproepen. Een soort mini gemak bij een ongemak. Over gemak gesproken; alle toiletten hebben een ingebouwde douche met bedieningsconsole aan de muur waarmee je het soort straal, de sterkte en temperatuur kunt regelen. Het toppunt vond ik toch wel de rookruimte bij het vliegveld. Niet binnen, maar buiten. Dus, je staat buiten en moet dan een glazen ruimte in om binnen te roken, want buiten roken mag niet…;o)
Enfin, Japan is zeker de moeite van een bezoek waard. Volgende keer misschien leuk om iets meer dan vierentwintig uur op de grond te hebben. Konichiwa!
maandag 19 maart 2012
India 3
Een lust voor het oog is het; de vervoersmiddelen in India. In Delhi vind je de Ambassador; een op de Morris Minor gebaseerde lokaal geproduceerde auto die nog altijd wordt gemaakt! Het model stamt uit de jaren zestig en heeft nagenoeg onveranderd de tand des tijds doorstaan. De meeste auto's hier zijn overheids-dienstauto's met een vlaggetje voorop dat desgewenst in een hoesje kan worden ingepakt. Ik neem aan dat als het vlaggetje wappert de auto bezet is.
In Mumbai vind je vooral riksja's en oude Fiats 1200, oorspronkelijk in produktie genomen in 1964, een buitengewoon goed bouwjaar (weet ik uit ervaring). Denog rondrijdende exemplaren zijn minstens dertig jaar oud en met ijzerdraad bijeen gehouden. De chauffeur rust ontspannen met zijn kin op het stuur en de passagiers kunnen de achterruit als hoofdsteun gebruiken, maar jonge jonge, wat een prachtig autootje! Alleen al daarvoor zou je nog eens terugreizen...
![]() |
| Fiat Padmini |
![]() |
| Ambassador |
Abonneren op:
Posts (Atom)


